Over de drielingstorm en ingebouwde solidariteit

In februari van dit jaar kreeg West-Europa zowaar te maken met een drielingstorm. Op korte tijd raasden de stormen Dudley, Eunice en Franklin over onze streken. Ik zou het nu kunnen hebben over hoe stabiliteitsingenieurs ervoor kunnen zorgen dat je huis de storm kan doorstaan. Misschien iets voor later, maar eigenlijk wil ik iets anders brengen. Wat me eigenlijk al een tijdje bezighoudt, is de vaststelling dat gebouwen vaak, impliciet of expliciet, bewust of onbewust, afhankelijk zijn van nabije gebouwen om goed te functioneren. De stormen hebben mij er opnieuw op gewezen dat gebouwen een stevige windbelasting kunnen doorstaan omdat ze elkaar – letterlijk – uit de wind zetten.

Het valt nog mee

Ikzelf heb het natuurgeweld meegemaakt vanuit mijn woning in Borgerhout. En ik vond dat het meeviel, echt waar. Ook toen ik een frietje ging halen, heb ik weinig verontrustende zaken beleefd. Dat was in schril contrast met de beelden uit Antwerpen die ik op het internet aantrof van het Operaplein, het Deurganckdok, de Kaaien en zelfs de Turnhoutsebaan. Ik was niet verwonderd. Borgerhout is één van de meest dicht bebouwde gebieden van Vlaanderen. En ik wist uit de norm die gebruikt wordt om windbelastingen te bepalen, dat dat een voordeel is. De norm laat toe om met lagere windbelastingen rekening te houden op plaatsen met een hoge bebouwingsdichtheid. En zo zijn gebouwen in stedelijk gebied en in dorpskernen solidair met elkaar.

De streek waar men bouwt, is van belang

Als men een gebouw, dat voldoende bestand is tegen stormen, wilt ontwerpen, dan moet men eerst weten hoe hard het kan waaien. Deze informatie is in de norm te vinden. Wanneer men deze bestudeert, kan men vaststellen dat ze redelijk fijn is afgesteld. Dicht bij de kust waait het het hardst. Verder naar het binnenland kan men rekening houden met lagere windsnelheden. En dat is goed. Zo kan men sterke gebouwen plaatsen waar het moet, maar kan men ook zuiniger bouwen waar het kan.

Het landschap is van belang

Het belang van het landschap valt niet te onderschatten. Op open terrein zal je gebouw meer wind moeten trotseren dan in de beschutting van een dorpskern. De norm deelt het landschap op in categorieën aangeduid met romeinse cijfers. Categorie I heeft betrekking op uiterst vlakke terreinen, zoals meren of andere gebieden zonder vegetatie of obstakels. Categorie IV treft men typisch aan in stadscentra. Voor de kust geldt een extra categorie O voor wind aanstormend over open zee.

Het gebruik van de juiste bouwelementen is van belang

Bij stormschade ziet men voornamelijk het wegrukken van bouwelementen, zoals dakbedekkingen en zonnepanelen, maar ook gehele dakconstructies en gevelonderdelen. Men kan het nut van deze elementen beoordelen aan de hand van de extreme stuwdruk die ze behoren te kunnen weerstaan.

De grafiek is bepaald voor een basiswindsnelheid van 25 m/s. Deze is, behalve in het westen van het land, van toepassing voor het grootste gedeelte van Vlaanderen. Het schema geeft weer bij welke gebouwhoogte men bouwelementen, die gekenmerkt zijn door een weerstand tegen een welbepaalde stuwdruk, kan gebruiken. Hierbij hoort wel een waarschuwing. De grafiek is niet geschikt voor gebouwen hoger dan 15 m, omdat de norm hiervoor bijkomende controles eist.

Meteen is het belang van het terrein duidelijk. Bij elke verhoging van terreinruwheidscategorie kan men eenzelfde bouwelement toepassen in een gebouw dat tot een factor drie hoger is. Om eenzelfde gebouwhoogte te realiseren in een terrein dat één categorie lager ingedeeld is, moet men gebruik maken van elementen die zo’n anderhalf keer sterker zijn. Dat geldt natuurlijk voor die elementen waarbij de windstabiliteit bepalend is voor het ontwerp.

De norm anders gebruikt

Het kan wel eens verhelderend zijn om dingen te gebruiken voor zaken waarvoor ze niet bedoeld zijn. De normen zijn er om veilige gebouwen mogelijk te maken en om, niet onbelangrijk, verschillende oplossingen met elkaar te kunnen vergelijken op basis van objectieve criteria. Maar ze leggen ook iets anders bloot.

Waar de bouwheer meester is van zijn eigen eigendom, heeft hij geen controle over die van een ander. Zijn buurman kan het bos aan de overkant van de straat kappen, zodat hij plots in een lagere terreincategorie zit. De eigenaar van een rijwoning kan alle muren parallel aan de straat uitbreken, omdat hij de open ruimte waardeert, maar hij legt zo wel de last van het bewaren van de horizontale stabiliteit van het huizenblok bij zijn buren.

Ingebouwde solidariteit

Een lezing van de norm om de stabiliteit van gebouwen bij windbelastingen onder controle te houden, geeft aan dat bouwen in hoge dichtheid aanleiding kan geven tot zuiniger materiaalgebruik. Door dicht bij elkaar te bouwen kunnen bewoners en gebouwgebruikers elkaar letterlijk uit de wind zetten. Toch kan dit maar ten volle slagen als de betrokkenen de wederzijdse, redelijke verwachtingen en verantwoordelijkheden expliciet maken. Wellicht met het opgeven van een deel van het meesterschap over hun eigendom. Maar dat zeg ik met de pet op van burger, niet van bouwprofessional.

Disclaimer

In wat volgt, ga ik de lezer met u aanspreken, om het nodige gewicht aan mijn boodschap te geven. Wanneer ik over bouwtechnische zaken schrijf, is het niet de bedoeling dat u die klakkeloos gaat gebruiken in uw bouwproject. U zult steeds beroep moeten doen op een architect en wellicht een ingenieur, en voor deze diensten een ernstig budget voorzien. Een bouwproject is maatwerk, en de algemeenheden die ik beschrijf, zijn onvoldoende om met voldoende betrouwbaarheid uw bouwproject te ondersteunen, al was het maar omdat een beoordeling van de geschiktheid van mijn bevindingen voor uw project ontbreekt. Ik wijs alle verantwoordelijkheden af met betrekking tot enig oneigenlijk gebruik van deze teksten, die louter bedoeld zijn als informatieverstrekking.

Wat ik wel aanmoedig, is om mijn bevindingen te gebruiken als vergelijkingsmateriaal. Ik maak mij sterk dat de informatie die ik deel, deugdelijk en transparant is. Dat moet de bouwheer, architect of ingenieur helpen om realistische verwachtingen te krijgen met betrekking tot hun bouwproject.

Bijkomende bronnen

NBN EN 1991-1-4 (2005): Eurocode 1 – Belastingen op constructies – Deel 1-4: Algemene belastingen – Windbelasting (+ AC:2010)
NBN EN 1991-1-4 ANB (2010): Eurocode 1 – Belastingen op constructies – Deel 1-4: Algemene belastingen – Windbelasting – Nationale bijlage

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: